Politionele Akties Nederlands-IndiŽ.

Voor Nederland was de Tweede Wereldoorlog op 5 mei 1945 afgelopen. In AziŽ zou dat nog tot augustus van dat jaar duren. Veel vrijwilligers meldden zich direkt na de bevrijding om de Jap uit "Ons IndiŽ" te verdrijven.
Na atoombommen op Hiroshima en Nagasaki gaf Japan zich over en daarmee eindigde ook de Japanse bezetting van Nederlands-IndiŽ.
Enkele dagen voor de Japanse capitulatie, riepen nationalisten onder leiding van Soekarno en Hatta de Indonesische onafhankelijkheid uit.
Hierdoor ontstond een geheel nieuwe
situatie tegen een nieuwe vijand.
     
De politionele acties (ook wel politiŽle acties genoemd) zijn de militaire operaties die Nederland op Java en Sumatra tegen de uitgeroepen Republiek IndonesiŽ ondernam in de periode 21 juli tot 5 augustus 1947 (eerste actie) en 19 december 1948 tot 5 januari 1949 (tweede actie). Deze acties vonden plaats tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949).

 

Aanvankelijk kwam het tot een gewapende
confrontatie tussen de Indonesische nationalisten en de Britse troepen die na de Japanse capitulatie in augustus 1945 strategische posities in de archipel hadden bezet. In oktober 1945 ontbrandde de strijd om Soerabaja, welke stad de nationalisten na bloedige gevechten moesten prijsgeven.

De Geallieerden, onder druk van de verenignde naties, wilden de Nederlanders in eerste instantie niet toelaten tot de eilanden, omdat men niet gebaat was bij herstel van de Nederlandese Koloniale machthebbers.


 

Pas in maart 1946 kwamen de eerste Nederlandse troepen in IndonesiŽ aan
land om de Britse posities over te nemen. Slechts ťťn bataljon mariniers
had kans gezien al eind 1945 in Batavia te ontschepen.

Afgezien van de politionele acties (kortdurende Nederlandse offensieven)
had de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog meestentijds het karakter van een guerrilla van de Indonesische nationalisten tegen de Nederlandse troepen.
De vijandelijkheden duurden tot het staakt-het-vuren in augustus 1949
Na 1949 flakkerde de strijd (afgezien van de coup van ex-kapitein
Westerling in 1950) nog ťťnmaal op. Dat was tijdens de vijandelijkheden die voorafgingen aan de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea in 1962.
Nederland erkende de Republiek niet als een onafhankelijke staat, maar beschouwde haar als een opstandige beweging in de kolonie Nederlands-IndiŽ. Daarom bezigde men de term 'politionele actie', mede in de hoop hiermee buitenlandse kritiek op het militaire optreden af te zwakken. In meer recente literatuur wordt om deze reden ook wel gesproken van de Nederlands-Indonesische Oorlogen, zoals door Van den Doel in zijn boek Afscheid van IndiŽ: de val van het Nederlandse imperium in AziŽ (2000).
Tijdens beide politionele acties telde de Nederlandse troepenmacht in IndonesiŽ, met inbegrip van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), meer dan 100.000 man. Het grootste deel hiervan werd bij de acties ingezet. Deze omvang maakte duidelijk dat van een beperkte Ďpolitieactieí, zoals de Nederlandse regering het probeerde voor te stellen, geen sprake was.

 

 



Tijdens de bijna vier jaar durende militaire aanwezigheid van Nederland in IndonesiŽ lieten circa 5000 Nederlandse militairen het leven, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overigen ten gevolge van ziekten en ongevallen. Aan Indonesische zijde viel een veelvoud daarvan: naar schatting 150.000. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking.